|
Praktijk Vooraf Plan uw noodverlichting stap voor stap en begin met het inventariseren van een aantal factoren.
de aanwezige vluchtmogelijkheden. Op basis hiervan kunt u een gedetailleerd noodverlichtingsplan uitwerken. Noodverlichtingsplan U kunt nu beginnen met het opstellen van een noodverlichtingsplan. De NEN-EN 1838 en NEN 6088 bieden goede aanknopingspunten. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen |
|
Vluchtwegaanduiding Met behulp van de vluchtwegaanduidingen worden vluchtroutes en nooduitgangen aangegeven. Eenduidig gebruik van deze pictogrammen is essentieel. De juiste pictogrammen zijn vastgelegd in de NEN 6088:
|
|
Vluchtwegverlichting Vluchtwegverlichting dient voldoende zichtbaarheid te garanderen zodat obstakels op de vluchtwegen kunnen worden herkend. Voor vluchtwegen dient de verlichtingssterkte op de as van de vloer van de vluchtweg minimaal 1 Lux te bedragen.
Extra aandacht:
Op een aantal plekken dient u extra vluchtwegverlichting te plaatsen om obstakels zichtbaar te maken of de aanwezigheid van veiligheidsmateriaal of nooduitgangen te benadrukken, namelijk
|
|
Anti-paniekverlichting Anti-paniekverlichting maakt het mogelijk zich bij stroomuitval te oriënteren en de weg te vinden naar de aangegeven vluchtroutes. Deze verlichting moet aanwezig zijn in ruimten waar zich groepen mensen kunnen bevinden; bijvoorbeeld een kantine of vergaderruimte. Op de vloer dient minimaal 0,5 Lux aanwezig te zijn. |
|
Werkplekken met verhoogd risico Op veel werkplekken kan het wegvallen van de verlichting grote risico’s met zich meebrengen. Denk aan werkzaamheden met gevaarlijke apparatuur of stoffen. Daarom dient het risicogebied te worden verlicht met 10% van de normale verlichtingssterkte, maar nooit met minder dan 15 Lux. Dit biedt werknemers de gelegenheid om de werkzaamheden op een veilige wijze te beëindigen en de ruimte te verlaten. |