Praktijk

Vooraf

Plan uw noodverlichting stap voor stap en begin met het inventariseren van
een aantal factoren.
  1. Stel de aard en omvang van activiteiten in het gebouw vast.
  2. Stel de aanwezigheid en verplaatsing van personen in het
    gebouw vast en bepaal dan:
    • de nooduitgangen
    • de vluchtwegen en
    • de verzamelplaatsen (concentraties van mensen).
  3. Stel de risicogradaties van werkplekken vast.
  4. Stel een nood-evacuatieplan op.
Nu heeft u een goed beeld van de risico’s in en buiten een gebouw en van
de aanwezige vluchtmogelijkheden. Op basis hiervan kunt u een
gedetailleerd noodverlichtingsplan uitwerken.

Noodverlichtingsplan
U kunt nu beginnen met het opstellen van een noodverlichtingsplan. De
NEN-EN 1838 en NEN 6088 bieden goede aanknopingspunten. Er wordt
hierbij onderscheid gemaakt tussen
Vluchtwegaanduiding

Met behulp van de vluchtwegaanduidingen worden
vluchtroutes en nooduitgangen aangegeven. Eenduidig
gebruik van deze pictogrammen is essentieel. De juiste
pictogrammen zijn vastgelegd in de NEN 6088:
1.0
Aanduiding voor
vluchtrichting rechtdoor of
naar beneden
1.3
Aanduiding voor
vluchtrichting naar boven
1.1
Aanduiding voor
richtingsverandering van de
vluchtweg (naar rechts)
2.0
Alternatieve aanduiding
voor een uitgang die
tevens kan worden
gebruikt als nooduitgang
 
1.2
Aanduiding voor
richtingsverandering van
vluchtweg (naar links)
 

Vluchtwegverlichting

Vluchtwegverlichting dient voldoende zichtbaarheid te
garanderen zodat obstakels op de vluchtwegen kunnen
worden herkend.

Voor vluchtwegen dient de verlichtingssterkte op de as van
de vloer van de vluchtweg minimaal 1 Lux te bedragen.

Extra aandacht:

Op een aantal plekken dient u extra vluchtwegverlichting te plaatsen om
obstakels zichtbaar te maken of de aanwezigheid van veiligheidsmateriaal
of nooduitgangen te benadrukken, namelijk
  1. bij elke nood-uitgang die bedoeld is voor gebruik in geval van nood
    Om opstopping te voorkomen dient elke uitgang die als nooduitgang kan
    worden gebruikt te zijn voorzien van vluchtwegverlichting.
  2. aan de buitenkant van elke nood-uitgang naar buiten; binnen een straal
    van 2 meter van de deur

    Vluchtwegverlichting aan de buitenkant van een pand kan blokkering van
    de vluchtweg door gedesoriënteerde personen voorkomen.
  3. bij elke richtingsverandering en elke kruising of splitsing van
    gangen

    Is een richtingsverandering duidelijk te herkennen dan kan paniek en
    verwarring worden voorkomen.
  4. bij trappen en andere niveauverschillen
    Door directe aanlichting van iedere traptrede en/of ieder niveauverschil
    worden valpartijen voorkomen.
  5. bij brandbestrijdingsuitrusting, brandmelders en EHBO-posten
    Om in geval van nood adequate hulpmiddelen te kunnen vinden en te
    kunnen gebruiken moeten deze goed zichtbaar en de instructies goed
    leesbaar zijn. De armatuur dient binnen een afstand van 2 meter van de
    voorziening geplaatst te zijn.
  • Ook de NEN 1010 doet een uitspraak over verlichtingseisen:
    Deze norm eist noodverlichting voor zogenaamde kritieke ruimten, zoals
    meter- en schakelkasten, liftkamers en procescontroleruimten. Deze dienen
    in geval van netspanningsuitval te worden verlicht met 10 Lux.
Anti-paniekverlichting

Anti-paniekverlichting maakt het mogelijk zich bij stroomuitval te oriënteren
en de weg te vinden naar de aangegeven vluchtroutes. Deze verlichting moet
aanwezig zijn in ruimten waar zich groepen mensen kunnen bevinden;
bijvoorbeeld een kantine of vergaderruimte. Op de vloer dient minimaal 0,5
Lux aanwezig te zijn.

Werkplekken met verhoogd risico

Op veel werkplekken kan het wegvallen van de verlichting grote
risico’s met zich meebrengen. Denk aan werkzaamheden met
gevaarlijke apparatuur of stoffen. Daarom dient het risicogebied te
worden verlicht met 10% van de normale verlichtingssterkte, maar
nooit met minder dan 15 Lux. Dit biedt werknemers de gelegenheid
om de werkzaamheden op een veilige wijze te beëindigen en de
ruimte te verlaten.